Methode van onderzoek
Landschappelijke kwaliteit is een resultaat van samenhangen. Dit betekent dat ook voor een nieuwe hoogspanningsverbinding gezocht moet worden naar een nieuwe goede samenhang in het landschap. De interactie tussen een hoogspanningsverbinding en het landschap vindt plaats op drie schaalniveaus:
tracéniveau, lijnniveau en mastniveau.
Elk van deze schaalniveaus kent specifieke ruimtelijke en visuele verschijnselen ten aanzien van de samenhang tussen landschap en hoogspanningslijn.
Zo is het op tracéniveau van belang het eigen karakter van een hoogspanningslijn als grootschalig infrastructureel element te onderkennen door de lijn zo eenvoudig mogelijk, en zo min mogelijk beïnvloed door lokale verschijnselen in het landschap, vorm te geven. In het bijzonder het streven tot bundeling met andere infrastructuur vraagt in dit opzicht aandacht omdat het tot veel afwijkingen kan leiden en daarmee kan resulteren in een rommelige lijn die nadrukkelijk in het landschap aanwezig is. Ook gedeeltelijke verkabeling vraagt in dit opzicht aandacht omdat het de logica van de verbinding onderbreekt.
Op het lijnniveau kunnen afwijkingen, zoals knikken, leiden tot een complex aanzien
van de verbinding en daarmee tot een lijn die nadrukkelijk in het landschap aanwezig
is. Ook kan op dit schaalniveau beïnvloeding van de landschappelijke karakteristiek
van gebieden plaatsvinden en kunnen de relaties tussen specifieke elementen, zoals
bebouwingslinten en waterlopen, en hun landschappelijke context wijzigen door de
aanwezigheid van de lijn.
Op het mastniveau kunnen de relaties tussen specifieke elementen, zoals
bouwwerken en andere individuele landschapselementen, worden beïnvloed door de
aanwezigheid van masten. Ook kan het zijn dat elementen geheel moeten wijken
voor masten.
De beïnvloeding van samenhangen in het landschap op ieder van deze schaalniveaus
bepaalt enerzijds de kwaliteit van de hoogspanningslijn zelf en anderzijds het behoud
of de ontwikkeling van de landschappelijke kwaliteit. In deze rapportage is dan ook
onderzocht welke samenhangen ontstaan of veranderen en wat dit betekent voor de
landschappelijke en cultuurhistorische karakteristiek van het gebied.

Het landschappelijk hoofdpatroon
Huidige situatie en autonome ontwikkeling
De landschappelijke en cultuurhistorische karakteristieken en bijzonderheden zijn
zowel op de schaal van het plangebied van de zuidring als geheel als op
deelgebiedniveau onderzocht. Hierbij is de nadruk gelegd op de kenmerken en
kwaliteiten die nadrukkelijk verband houden met het vraagstuk van tracering van een
hoogspanningslijn.
De huidige karakteristiek van het landschap wordt deels nog bepaald door de
typische ontginningsgeschiedenis waarin een wisselwerking tussen land en water een
belangrijke rol heeft gespeeld. In dit proces hebben zich veenpolders en
droogmakerijen gevormd met ieder hun eigen landschappelijke karakteristiek.
In dit typische agrarische cultuurlandschap heeft zich in de meer recente geschiedenis
een proces van grootschalige verstedelijking voltrokken waardoor een typische
structuur van verdichte stedelijke (groen)gebieden en enclaves van open agrarisch
landschap is ontstaan. Deze verweving van open groene gebieden met stedelijk
gebied, met duidelijke randen en verte-kenmerken, is dan ook kenmerkend voor het
karakter van het landschap in de zuidring. Historische bebouwingslinten vormen
elementen en structureren het gebied dat hiernaast sterk door recente
grootschalige infrastructuur versneden is. De groene mazen in het stedelijke weefsel
bestaan voor een deel nog uit agrarisch gebied maar ook stedelijk recreatief
groengebied neemt een belangrijke plaats in.

Gebiedskarakteristiek
Effecten
Voor elk deelgebied zijn diverse tracévarianten ontwikkeld die in beginsel onderling
combineerbaar zijn. Om integrale tracéalternatieven te kunnen beoordelen zijn uit de
deelgebiedvarianten integrale alternatieven samengesteld.

Indeling in deelgebieden
De bepaling en beoordeling van effecten vindt plaats aan de hand van criteria op drie
verschillende schaalniveaus; dezelfde schaalniveaus die onderscheiden zijn als relevant voor de relatie tussen hoogspanningslijn en landschap. Op het hoogste schaalniveau, het tracéniveau, worden alleen integrale tracévarianten beoordeeld. Op de twee lagere schaalniveaus worden de deelgebiedvarianten beoordeeld en daarmee de integrale tracévarianten die hieruit zijn samengesteld. De gehanteerde
beoordelingscriteria zijn: kwaliteit tracé, beïnvloeding van het landschappelijk
hoofdpatroon, plaatselijke afwijkingen, beïnvloeding van gebiedskarakteristiek,
beïnvloeding van specifieke elementen op mastniveau, beïnvloeding van specifieke
elementen op lijnniveau en fysieke aantasting van specifieke elementen.

Fotomontage
van woonstraat met zicht op nieuwe hoogspanningslijn

Fotomontage
van de A4 met zicht op nieuwe hoogspanningslijn

|